“Het lijkt soms verleidelijk om te kiezen voor lagere windmolens”. Aldus Matthijs Oppenhuizen, Omgevingsmanager wind- en zonneparken bij Pure Energie. Pure Energie is een van de mede-eigenaren van Windpark Deil. Hij legt uit waarom een hogere windmolen beter is. “Ten eerste bestaat die keuze eigenlijk helemaal niet: windmolens moeten door succesvol overheidsbeleid via de SDE++ zo efficiënt mogelijk produceren en dat betekent dat grote windmolens de enige optie zijn. Ten tweede is dat een inefficiënte keuze. Geschikte plekken voor windmolens zijn schaars – op land en zelfs op zee. Als er dan een windmolen kan staan, is het verstandig om te kiezen voor een windmolen die zoveel mogelijk duurzame kWh op die locatie opwekt. Dat betekent een grote windmolen”.

Vergelijking
In Dagblad De Tubantia kun je een artikel lezen over de windmolens die bij Deventer gebouwd moeten worden. En waar de discussie gaat over het plaatsen van kleine molens. Oppenhuizen: “Ter vergelijking: de twee windmolens langs de A1 bij Deventer (ashoogte 85 meter, rotordiameter 92 meter) wekken samen doorgaans per jaar circa 8,5 miljoen kWh op. De windmolens van Windpark Deil langs knooppunt Deil (ashoogte 140 meter, rotordiameter 136 meter) wekken per stuk (!) circa 15 miljoen kWh per jaar op. Dus één windmolen van Deil wekt ongeveer twee keer zoveel op als de twee Deventer windmolens samen”.

Wil je meer hierover lezen? Ga naar het artikel in de Tubantia

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie